Volgens twee EU-richtlijnen zijn lidstaten verplicht om minstens één keer per tien jaar een zelfevaluatie uit te voeren en deze te laten toetsen door een internationale expertgroep. Bij deze missie worden wet- en regelgeving, de organisatie en de taakuitvoering van de overheid getoetst aan de IAEA-veiligheidsnormen op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming.

IRRS als toetsingsinstrument

De EU-landen hebben afgesproken dat alle lidstaten voor het uitvoeren van de zelfevaluatie en de internationale toetsing gebruik maken van het instrument Integrated Regulatory Review Service (IRRS) van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA). Zo worden alle lidstaten op dezelfde wijze getoetst.

De IRRS-missie wordt gedaan door een groep van internationale deskundigen op het gebied van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Voorafgaand aan de missie beoordelen de deskundigen de zelfevaluatie en andere schriftelijke informatie van de lidstaat. Tijdens de missie toetsen de deskundigen hun beeld dat is ontstaan uit de stukken door middel van interviews met medewerkers van het bevoegd gezag en door visitaties bij vergunninghouders.

De IRRS-missie kijkt naar alle aspecten van stralingsbescherming en nucleaire veiligheid vanuit de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid. De review richt zich dus op de overheid als bevoegd gezag en niet op de vergunninghouder.

De IRRS-missie is een service aan de lidstaat om de doelmatigheid en effectiviteit van de overheid verder te verbeteren. Het resultaat van een IRRS-missie bestaat daarom uit aanbevelingen en suggesties. Het reviewteam kan ook ‘good practices’ identificeren. Deze zijn uniek en kunnen als voorbeeld dienen voor andere landen. Een IRRS-missie is geen inspectie vanuit het IAEA en is ook niet bedoeld om landen met elkaar te vergelijken.

De IRRS-missie Nederland 2014

Van 3 tot en met 13 november 2014 heeft het IAEA op verzoek van de Nederlandse regering de eerste Nederlandse IRRS-missie gehouden. Tijdens deze missie hebben 28 deskundigen van het IAEA en van het bevoegde gezag van verschillende landen wereldwijd, Nederland onderworpen aan een peer review. Het bevoegd gezag van Nederland dat deelnam aan de missie bestond uit (afdelingen en organisatieonderdelen van) het ministerie van Economische zaken, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Het IRRS-team heeft documenten beoordeeld, interviews gehouden en is met zes inspectiebezoeken mee geweest. Ter voorbereiding op de missie had Nederland een zelfevaluatie uitgevoerd volgens de IRRS-methodiek en op basis daarvan eigen verbeterpunten opgesteld. Het missieteam heeft daarop voortgeborduurd.

Uitkomsten van de IRRS-missie 2014

Tijdens de IRRS-missie in 2014 heeft het IRRS-team 26 aanbevelingen, 19 suggesties en twee ‘good practices’ beschreven. Deze observaties richten zich enerzijds op de rol van de regering en anderzijds op de uitvoering van de taken van het bevoegd gezag. Eén van de meest zichtbare verbeteracties is de vorming van één onafhankelijke nationale autoriteit voor Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, de ANVS.

Naast de aanbevelingen en suggesties noemt de IAEA ook twee ‘good practices’. Dat zijn:
- het Nederlandse systeem om straling vanuit schrootafval aan te pakken;
- het op initiatief van Nederland opgerichte forum van landen die Duitse nucleaire installaties hebben, in het licht van de nucleaire uitfasering in Duitsland.

De IRRS Follow Up missie 2018

Na de IRRS-missie is Nederland aan de slag gegaan om de aanbevelingen en suggesties te implementeren. Tijdens de Follow Up missie van 19 tot en met 26 november 2018 beoordeelde het IRRS-team van de IAEA deze implementatie. De ANVS coördineerde de organisatie van de Follow up-missie en de implementatie van de aanbevelingen en suggesties, aangezien de meeste aanbevelingen en suggesties op het terrein liggen van de in 2015 gevormde ANVS. Indien een aanbeveling of suggestie ook raakt aan de bevoegdheden van andere ministeries zijn deze vanzelfsprekend ook betrokken bij de implementatie. De bevindingen van het IRRS-team zijn opgenomen in het voorlopige rapport dat staatssecretaris van Stientje Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat namens Nederland op 26 november in ontvangst nam.