Veertig jaar na dato is Tsjernobyl nog steeds relevant. De ramp vormt hoe we tegenwoordig kijken naar kerncentrales en crisisbeheersing. In dit interviewartikel vertellen ANVS'ers over de lessen uit de ergste kernramp ooit.
Op zaterdag 26 april 1986 begint in de Sovjet-Unie de grootste kernramp in de geschiedenis. In de Oekraïense kerncentrale Tsjernobyl smelt de hete splijtstof door het stalen vat van reactor 4. Radioactief materiaal uit de reactor komt neer in de omgeving en waait in een grote wolk over Europa.
Tientallen reddingswerkers overlijden door de extreme straling vlakbij de reactorkern, tienduizenden mensen worden geëvacueerd uit het nabijgelegen Prypiat. En in de volgende decennia overlijden naar schatting duizenden mensen aan kanker door radioactief materiaal.
Beeld: © Laima Kurienė
Reactorzaal in de kerncentrale Tsjernobyl. Foto: Laima Kurienė
Hoe kon het zó fout gaan?
Kernfysicus Darcy van Eerten, ANVS-beleidsadviseur voor nucleaire veiligheid:
"Tsjernobyl gaat over techniek, maar net zo goed over mensen. In reactor 4 van de kerncentrale was een test gepland van de noodkoeling. De dagploeg was daar door vertragingen niet aan toegekomen. Toen moest de nachtploeg het oppakken. Zij waren minder goed getraind en ze kregen de reactor niet in de voorgeschreven toestand."
"Toen het personeel de test wilde stoppen, duwde het management door; ze móesten verder. En toen de reactor in storing ging, besefte het team zich niet dat hun meetapparatuur extreme situaties niet goed weergaf. Of ze geloofden überhaupt niet dat zo'n ongeval kon gebeuren."
Mark van Bourgondiën, adviseur kennisontwikkeling en nucleaire ongevallen bij de ANVS:
"In feite kenden ze het gedrag van hun centrale in dit soort extreme situaties niet goed genoeg. Ze reageerden op een manier die logisch leek, maar averechts uitpakte."
"De internationale commissie INSAG heeft onderzocht hoe Tsjernobyl kon gebeuren. Eén van hun belangrijkste conclusies was dat het compleet mis zat met de veiligheidscultuur." Veiligheidscultuur is je mensen goed trainen in wat ze moeten doen bij een ongeval, en vooral: luisteren als medewerkers durven zeggen dat iets niet in de haak lijkt. Tegenwoordig is het een basisbegrip, van de luchtvaart tot industrie en boorplatforms. Maar het komt dus uit de wereld van kernenergie."
Beeld: © USFCRFC
Reactorgebouw 4 van de kerncentrale Tsjernobyl op 26 april 1986. Bron: IAEA Imagebank / Copyright: USFCRFC
Hoe zat het met de technische kant van de ramp?
Mark: "In de ramp kwamen allerlei gevaarlijke zwaktes van het reactorontwerp samen. Tsjernobyl heeft reactoren van het RBMK-ontwerp. Dat is ontwikkeld in de Sovjet-Unie en wijkt af van de lichtwatergekoelde reactoren die in westerse landen gebruikelijk zijn. Er zit bijvoorbeeld brandbaar grafiet in. Dat blussen heeft bijna 2 weken gekost. En RBMK's hebben anders dan Westerse reactoren geen containment-gebouw dat het vrijkomen van radioactief materiaal vertraagt. Maar het ergste was dat de kernreactie in een RBMK harder gaat lopen als de temperatuur stijgt. Daardoor steeg de temperatuur nog verder. Dat zelfversterkende effect liep zo uit de hand, dat de hete splijtstof door het reactorvat smolt."
Darcy: "Ook daar zit een menselijk aspect. In het onderzoekscentrum bij Leningrad was al vóór Tsjernobyl ontdekt dat hogere temperaturen een RBMK-reactor opjagen. Daar werd niet genoeg op ingegrepen. Pas na de ramp zijn de overgebleven RBMK's technisch aangepast, zodat hogere temperaturen de reactie juist afremmen."
"Toch zorgden die aanpassingen niet dat het ontwerp voldeed aan een Europees niveau van veiligheid. Dat ging verder dan deze ene technische fout; het zat veel dieper in het hele ontwerp en de bedrijfsvoering. Litouwen moest zijn RBMK-reactor daarom sluiten, toen het na de val van de Sovjet-Unie lid werd van de Europese Unie."
Het Westen ontdekt pas dagen na de kernramp dat er iets speelt. Hoe gebeurde dat?
Darcy: "Eigenlijk bij toeval. Bij de ingang van de Zweedse kerncentrale Forsmark stonden scanners, om eventuele radioactieve besmetting op schoenen op te sporen. Die sloegen alarm toen de ochtendploeg aan het begin van hun dienst naar binnen wilde. Maar Forsmark zelf draaide veilig, dus waar kwam die besmetting vandaan? De Zweedse weerdienst zag dat de wind uit de Sovjet-Unie was gekomen. Na aandringen gaf Moskou een probleem toe."
Beeld: © Laima Kurienė
Meubels in een verlaten huis in Prypiat. Foto: Laima Kurienė
Wat voor bewijs was er?
Darcy: "De medewerkers van Forsmark vonden twee radioactieve vormen van het metaal cesium die niet voorkomen in de vrije natuur. Ze ontstaan alleen in een kernreactor. De verhouding liet zien dat het om een werkende centrale ging, niet over oude splijtstof die was vrijgekomen."
"Tegenwoordig kunnen we nog veel meer achterhalen over de uitstoot van een kernramp. Ik ben zelf gepromoveerd op een methode om in een paar uur de verhouding tussen allerlei radioactieve stoffen in zulke besmetting te bepalen. Die verhouding is hard bewijs van de oorsprong. Zelfs van het type kernreactor en hoe lang de splijtstof daar al in zat."
"Als er door oorlogshandelingen iets fout zou gaan in de Oekraïense kerncentrale Zaporizja, kun je razendsnel bewijzen dat vrijgekomen materiaal echt daar vandaan komt en niet uit een andere bron."
Zouden we nu weer zo verrast kunnen worden door een kernramp?
Mark: "Direct na Tsjernobyl sloot de wereld internationale verdragen om elkaar te waarschuwen bij ongelukken met kernenergie en radioactiviteit. We hebben grote meetnetwerken voor straling opgericht. In Nederland beheert het RIVM zo'n 150 meetstations."
"In Europa kunnen we elkaars netwerken zelfs direct uitlezen. En wereldwijd delen we informatie via het USIE-systeem van de IAEA, het Internationaal Atoomenergieagentschap in Wenen. Dat geeft veel meer tijd om te reageren. Een kernramp die een halve week geheim blijft is nu onmogelijk. Maar tijdens Tsjernobyl waaide de wolk radioactief materiaal al over Europa toen we het eerste signaal kregen."
Beeld: © Laima Kurienė
Paard bij een waarschuwingsbord voor radioactiviteit in de Zone of Alienation rond Tsjernobyl. Het New Safe Confinement-gebouw over reactor 4. Foto: Laima Kurienė
Hoe reageerden we in Nederland?
Mark: "Er was in Nederland al een crisisorganisatie, voor bijvoorbeeld chemische ongelukken. Maar geen vaste ploeg stralingsexperts over de oorsprong, de verspreiding, de gevolgen. Die zijn toen snel bijeengezocht vanuit bijvoorbeeld het KNMI en het RIVM."
"Zij rekenden uit dat de wolk tijdens het overtrekken maar weinig straling uitzendt. Burgers liepen daardoor geen direct gezondheidsrisico. Maar als regenbuien radioactief stof meenamen naar de grond, kon het in het drinkwater of de voedselketen komen, en zo in het lichaam. Daarom moesten in Nederland grazende koeien op stal. Ook kwam er een tijdelijk verbod om bijvoorbeeld spinazie te oogsten."
En hoe zou dat nu gaan?
Mark: "De ANVS onderhoudt nu het Crisis Expert Team straling en nucleair, het CETsn. Daar zitten alle expertises in die je nodig hebt bij stralingsongevallen. Van de werking van kernreactoren tot volksgezondheid, crisisbeheersing en crisiscommunicatie, het weer, voedsel en drinkwater. In normale tijden bereiden we scenario's voor en trainen we met partners - rampenbestrijding én nucleaire installaties. Bij ongevallen adviseert het CETsn de Rijksoverheid en veiligheidsregio's. We zijn er ook voor gemeentes, provincies, ambassades, zelfs de waterschappen."
"We monitoren ook wereldwijd. De Oekraïense kerncentrale bij Zaporizja ligt bijvoorbeeld aan de frontlinie, en er waren beschietingen vlakbij de Iraanse kerncentrale Bushehr. Niemand dacht ooit dat er gevochten zou worden rond kerncentrales. Gelukkig heeft dat nog geen ongevallen veroorzaakt. Maar de nucleaire veiligheid staat daar wel onder druk."
Hoe zijn kerncentrales veranderd na deze ramp?
Darcy: "Na Tsjernobyl en daarvoor al Three Mile Island (gedeeltelijke meltdown in 1979) zijn onze veiligheidseisen radicaal aangescherpt. Moderne kerncentrales werken met wat we in de nucleaire veiligheid Defence in Depth noemen. We denken over verschillende fases van een ongeval. Alles is erop gericht om een situatie te stabiliseren en terug te krijgen naar normaler bedrijf. Individuele storingen kunnen ook niet meer tot een incident leiden. Voor alle veiligheidsfuncties zijn 2 of 3 onafhankelijke systemen."
Mark: "Sinds Fukushima eisen we dat centrales zelfs bestand zijn tegen extreem zeldzame gecombineerde natuurrampen - een tsunami bovenop een aardbeving bijvoorbeeld. Als alle andere veiligheidssystemen toch uitvallen, zijn er nu allerlei maatregelen om een ongeval te beperken. Mobiele noodstroomgeneratoren bijvoorbeeld, of aansluitpunten om water in de reactor te kunnen pompen. Daardoor heb je uren, soms zelfs dagen of weken de tijd om maatregelen te nemen in de omgeving. En al die tijd heb je ook nog om de situatie weer onder controle te krijgen."
Beeld: © Laima Kurienė
Het New Safe Confinement-gebouw over reactor 4 houdt radioactief materiaal binnen en beschermt het gebouw tegen verwering. Foto: Laima Kurienė
En hoe kijken we naar de toekomst?
Darcy: "In Nederland zijn er plannen voor nieuwe kerncentrales. Die moeten voldoen aan wat we de 'stand der techniek' noemen: volgens de beste, meest betrouwbare technologie en procedures voor nucleaire veiligheid."
"In ons toetsingskader voor veilig ontwerp en bedrijven van kerninstallaties (het VOBK) sluiten we zoveel mogelijk aan bij de standaarden van de IAEA en van de vergunningverleners in Europa. Zo versterken we elkaar en kunnen we bewijzen dat we allemaal de hoogste standaard hanteren. Maar hoe internationaal we ook zijn: controleren of een initiatiefnemer daaraan voldoet met zijn ontwerp en zijn organisatie, dat is aan de ANVS. Voor ons staat veiligheid voorop."
Beeld: © Laima Kurienė
Close-up van een pianotoetsenbord in Prypiat. Foto: Laima Kurienė