Bij het splijten van atoomkernen in een kernreactor komen steeds 2 of 3 neutronen vrij. Deze neutronen kunnen weer nieuwe splijtingen van atomen veroorzaken. Bij deze kettingreactie ontstaat energie, in de vorm van warmte en straling. Voor de veiligheid is het is belangrijk om de kettingreactie onder controle te houden. Het beheersen van de kettingreactie kan met ’regelstaven’ die de kettingreactie een beetje kunnen laten uitdoven of juist versterken.
Automatisch onder controle
De brandstofstaven liggen in een reactorvat. In het water van dit reactorvat is de stof borium opgelost. Normaal gesproken houden borium en zogenoemde regelstaven samen het vermogen van de kernreactor onder controle. Dat gaat automatisch. Dankzij deze beheersing kan er door de kettingreactie niet te veel warmte of straling vrijkomen.
Noodstop met regelstaven
Het kan nodig zijn om de kettingreactie bij kernsplijting te stoppen. Hiervoor heeft een kerncentrale een afschakelsysteem. Dit is een noodstop in een kernreactor en dit wordt ook wel 'SCRAM' genoemd. Bij zo'n noodstop zakken direct de regelstaven naar beneden in de kernreactor. Deze staven stoppen meteen de kettingreactie in de brandstofstaven.
Afbeelding van SCRAM: een noodstop in een kernreactor.