Bij het splijten van atoomkernen komen radioactieve stoffen vrij. Die mogen zich niet verspreiden naar de omgeving. Daarom moeten de radioactieve stoffen goed opgesloten zijn in de kernreactor. Dit heet insluiting.
4 barrières rondom de kernreactie
Het insluiten van de radioactieve stoffen gebeurt met 4 barrières. Dit zijn 4 ‘muren’ die tussen de radioactieve stoffen en de omgeving staan. Van binnen naar buiten zijn dit de barrières:
- Verpakking in brandstofstaven
Het splijten van atoomkernen gebeurt in metalen, luchtdichte en afgesloten staven: brandstofstaven. In de brandstofstaven zitten kleine tabletjes met samengeperste splijtstof. De staven worden gecontroleerd op gaatjes, zodat er niets lekt. - Reactorvat met koelwater
De brandstofstaven worden gekoeld in het reactorvat. Dit vat zit vol met koelwater uit het koelsysteem. Het koelsysteem is zo gebouwd dat het tegen hoge druk, hoge temperaturen en aardbevingen kan. - Stalen behuizing om het reactorvat
Om het koelsysteem zit een stalen behuizing. Die noemen we ook wel het ‘containment’. Hierin zit ook de kernreactor. De behuizing staat in een normale situatie op onderdruk. Dit zorgt ervoor dat er geen lucht naar buiten kan. - Buitenmuren reactorgebouw
Om de stalen behuizing staan de buitenmuren van het reactorgebouw. De buitenmuren beschermen de stalen behuizing tegen invloeden van buiten de kerncentrale.
Het insluiten van radioactieve stoffen werkt met 4 barrières. Deze ‘muren’ staan tussen de radioactieve stoffen die vrijkomen bij het splijten van atomen en de omgeving.