De meeste kerncentrales gebruiken water om warmte om te zetten in elektriciteit. Maar er blijft altijd een deel van de warmte over: de restwarmte. Kerncentrales koelen deze restwarmte met rivierwater of zeewater. Als het normale koelsysteem niet goed werkt, is er een noodkoelsysteem. Zo wordt de kernreactor nooit te warm.
Water om elektriciteit op te wekken
In de kernreactor van een kerncentrale worden atoomkernen gesplitst, meestal van uranium. Dat proces zorgt voor een kettingreactie. Hierbij komt veel warmte vrij. Deze warmte wordt meteen gekoeld met water. Dit water verdampt en wordt stoom. De stoom brengt een turbine in beweging, en deze turbine wekt elektriciteit op.
Water komt nooit in contact met kernreactor
Het water dat de kerncentrale gebruikt om de restwarmte van de kernreactor te koelen, maakt nooit direct contact met de reactor. Dit komt doordat deze onderdelen (circuits) van elkaar gescheiden zijn. Het koelwater stroomt dus op een andere plek door de kerncentrale dan waar de atoomkernen worden gesplitst. Het water kan op deze manier wel koelen, maar niet vervuild raken met radioactieve stoffen. De kerncentrale controleert of het water ook echt schoon blijft. Dit gebeurt met sensoren in de leidingen van het koelsysteem.
Noodkoelsysteem kan ook water naar de kernreactor brengen
Normaal gesproken is er genoeg water om ook de restwarmte uit de reactor af te koelen. Maar soms werkt het normale koelsysteem niet goed. Bijvoorbeeld doordat er een lek of breuk in de leiding zit. Dan is er een noodkoelsysteem dat dit kan doen.
Op het noodkoelsysteem zijn verschillende wateropslagtanks aangesloten. Ook kan bijvoorbeeld de brandweer water in het noodkoelsysteem pompen. Het noodkoelsysteem heeft dus verschillende manieren om genoeg water naar de kernreactor te brengen.
Altijd stroom voor het noodkoelsysteem
Het noodkoelsysteem gebruikt elektriciteit om het water rond te pompen. Daarom is het systeem aangesloten op 2 elektriciteitsnetwerken. Als er 1 netwerk uitvalt, kan het noodkoelsysteem draaien op het andere netwerk. Maar als er een stroomstoring is, doen deze netwerken het niet. Toch blijft het koelsysteem dan werken. Er staan namelijk generatoren bij de kerncentrale die stroom leveren in noodsituaties. Deze machines werken niet op elektriciteit, maar op diesel.
Ook zijn er losse dieselgeneratoren bij de kerncentrale die stroom leveren als dat nodig is. Bijvoorbeeld als de normale dieselgenerator uitvalt. Verder zijn er ook nog batterijen die kunnen zorgen voor elektriciteit. Dankzij al deze manieren is er dus altijd stroom voor het koelsysteem.
Het noodkoelsysteem heeft elektriciteit nodig. Deze elektriciteit kan op verschillende manieren bij het koelsysteem komen. Namelijk via 2 verschillende elektriciteitsnetwerken, generatoren die werken op diesel, of batterijen die tijdelijk elektriciteit kunnen leveren.