Koeling

Bij een kernreactie komt zeer veel warmte vrij. Om deze warmte om te zetten naar elektriciteit wordt in de meeste kerncentrales gebruik gemaakt van water. Het water dat in direct contact staat met de reactorkern wordt primair water genoemd en het systeem waarin het wordt rondgepompt het primaire circuit. De energie wordt via warmtewisselaars (stoomgeneratoren) overgedragen naar een secundair systeem, waar de energie aan een turbine wordt afgegeven om elektriciteit te produceren. De restwarmte wordt vervolgens overgedragen naar een derde watersysteem, dat gekoeld wordt met rivier- of zeewater.

Bij een incidentsituatie wordt normaal gesproken de reactor direct afgeschakeld. Maar na afschakeling produceert de reactor nog steeds veel restwarmte die nagekoeld moet worden. Het kan zijn dat de normale koelsystemen bij het incident zijn beschadigd. Om temperatuurtoename, die tot kernsmelting kan leiden, te voorkomen is de kernreactor voorzien van een noodkoelsysteem. Verlies van koelwater kan langzaam gebeuren, bijvoorbeeld door een lek, of zeer snel bij leidingbreuk. Het noodkoelsysteem is ontworpen om al deze situaties het hoofd te bieden. Het noodkoelsysteem is voorzien van verschillende wateropslagtanks en kan daarnaast gevoed worden met aangevoerd water, bijvoorbeeld door brandweerslangen. Men acht het niet geloofwaardig dat het reactorvat plotseling breekt of een zeer groot lek gaat vertonen. De ergst denkbare breuk die zou kunnen optreden is die van de toevoerleiding van koelwater. Het noodkoelsysteem is met het oog op dit ongeluk ontworpen, het ongeluk wordt daarom een design basis accident (DBA) genoemd.

Voor koeling is elektriciteit nodig. De pompen moeten immers draaien. Het noodkoelsysteem wordt, net als de andere systemen, normaal gesproken gevoed vanuit het elektriciteitsnet, waarvoor twee aansluitingen beschikbaar zijn. Als dit niet werkt, is voeding vanuit noodstroom dieselgeneratoren mogelijk, gecombineerd met batterijen voor een directe beschikbaarheid van elektriciteit. Indien de dieselgeneratoren niet starten, kan voor beperkte tijd op de batterijen worden gedraaid, zodat het nog mogelijk is mobiele dieselgeneratoren aan te voeren om de taken over te nemen. Voor het falen van de elektriciteitsvoorziening aan de noodkoelwaterpompen moet dus zowel de externe als de interne elektriciteitsvoorziening falen.