URENCO heeft in Almelo een fabriek voor de productie van laagverrijkt uranium. Dit uranium werkt als brandstof voor kerncentrales over de gehele wereld. De staat wil zijn aandeel in URENCO verkopen, maar alleen als daar strenge voorwaarden aan zijn verbonden.

Producten URENCO

De meeste kerncentrales, waaronder Borssele, gebruiken laagverrijkt uranium. Dit bevat een hoger percentage Uranium-235-atomen dan in natuurlijk uranium zit. De URENCO-fabriek in Almelo maakt gebruik van zogeheten ultracentrifuges om uranium te verrijken.

Daarnaast verrijkt URENCO op kleinere schaal stabiele isotopen. Dit zijn niet-radioactieve stoffen.

Overheidstoezicht URENCO

Voor de verrijking van uranium is specialistische kennis en techniek nodig. De overheid wil voorkomen dat deze technologieën en kennis zomaar in andere handen terecht komen. Ook levert het werken met radioactieve stoffen altijd een risico op voor de omgeving.

Daarom houdt de overheid toezicht op URENCO, samen met andere landen waar het bedrijf een vestiging heeft. URENCO NL maakt namelijk deel uit van de URENCO Groep. Deze organisatie heeft ook vestigingen in Duitsland, Engeland en de Verenigde Staten.

URENCO heeft meerdere aandeelhouders:

  • de Nederlandse staat (1/3);
  • de Britse staat (1/3);
  • de Duitse elektriciteitsbedrijven E.on en RWE (samen 1/3).

Het toezicht is afgesproken in de verdragen van Almelo en Cardiff.

Verkoop aandelen URENCO

Het kabinet heeft eind mei 2013 aangekondigd het aandeel van de Nederlandse staat in URENCO te willen verkopen. Dat gebeurt alleen als de publieke belangen geborgd zijn. Denk bijvoorbeeld aan non-proliferatie (het tegengaan van de verspreiding van nucleaire kennis en wapens), nucleaire veiligheid en leveringszekerheid van energie.

De Britse en Duitse aandeelhouders hebben eerder aangekondigd dat zij hun aandelen in URENCO willen verkopen. Door de verkoop komt een meerderheid van de aandelen hoogstwaarschijnlijk in handen van bedrijven. Nederland is dan als enige publieke aandeelhouder in de minderheid ten opzichte van private aandeelhouders. Daardoor heeft Nederland te weinig invloed om publieke belangen te borgen.

De publieke belangen moeten daarom op een andere wijze worden geborgd dan via het aandeelhouderschap. Bijvoorbeeld door strenge voorwaarden te verbinden aan de verkoop en door extra toezicht.