Bij een gebeurtenis of ongeval met ioniserende straling maakt de ANVS gebruik van International Nuclear and Radiological Event Scale (INES). We gebruiken INES ook als er een storing bij nucleaire installatie is. Met deze schaal geven we dan de ernst aan van een gebeurtenis of ongeval met straling. Het doel is om in de hele wereld met dezelfde schaal te werken. Zo worden alle gebeurtenissen met straling op dezelfde manier ingedeeld.
Hoe hoger het niveau, hoe ernstiger
Afwijkingen, incidenten en ongevallen staan in de INES op niveau 1 tot en met niveau 7. Hoe hoger het getal, hoe ernstiger de mogelijke gevolgen van de gebeurtenis. De schaal is logaritmisch: elk volgende niveau is ongeveer 10 keer zo ernstig als het niveau ervoor.
Er is ook is nog een extra niveau aan de onderkant, niveau 0. Dit heet ook wel 'below scale'. Hierin vallen gebeurtenissen die maar een heel kleine invloed hebben op de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Internationaal zijn er veel verschillen in de regels om dit soort kleine gebeurtenissen te melden. Daarom kan het aantal meldingen per land verschillen.
INES: International Nuclear and Radiological Event Scale
Rol van de ANVS
In elk land gebeurt het inschalen van een gebeurtenis door de overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Daarvoor worden criteria van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) gebruikt. In Nederland schaalt de ANVS gebeurtenissen in. We geven daar altijd uitleg bij. Een inschaling kan worden aangepast, bijvoorbeeld als er nieuwe metingen beschikbaar zijn. Het INES-niveau is pas definitief als het onderzoek naar de gebeurtenis klaar is, en alle informatie bekend is. Dit kan maanden of soms wel een jaar duren. De meeste gemelde gebeurtenissen hebben een INES-niveau 0.
3 criteria voor het bepalen van het INES-niveau
Criterium 1: gevolgen voor mens en leefomgeving
We kijken altijd als eerst naar de gevolgen voor de mens en de leefomgeving. Is er radioactief materiaal in de leefomgeving gekomen, en zo ja, hoe en hoeveel? Wat zijn daarvan de gevolgen voor de bevolking? Hoeveel personen zijn (mogelijk) blootgesteld aan straling, en hoe erg en hoelang? Is het mogelijk dat voedsel of drinkwater besmet is? Bij gebeurtenissen met radioactieve bronnen onderzoeken we waar de bron is geweest. Denk bijvoorbeeld aan een ‘weesbron’: een radioactieve bron waar tijdelijk geen toezicht op was, omdat die bijvoorbeeld kwijt was, gestolen werd of nooit is geregistreerd.
Bij dit criterium maken we verschil tussen radiologische werknemers en andere mensen. Radiologische werknemers zijn mensen die voor hun beroep werken met ioniserende straling. Voor hen gelden hogere grenzen voor de hoeveelheid straling waaraan zij blootgesteld mogen worden.
Criterium 2: gevolgen voor de installatie
Bij gebeurtenissen bij een nucleaire installatie kijken we niet alleen naar gevolgen voor mensen en de leefomgeving. We kijken ook naar de gevolgen voor de veiligheid van de installatie. Denk bijvoorbeeld aan een gebeurtenis waarbij het stralingsniveau in een werkruimte te hoog wordt. Of aan beschadiging van de splijtstof in een kernreactor. Bij dit criterium hoeven werkernemers niet daadwerkelijk blootgesteld te zijn aan straling. Een sterk verhoogd risico op blootstelling aan straling is genoeg om een gebeurtenis in te schalen als ernstig.
Criterium 3: vermindering van het veiligheidsniveau
Bij dit criterium kijken we naar de gevolgen als veiligheidsbarrières wegvallen. Met veiligheidsbarrières bedoelen we allerlei systemen en -maatregelen die blootstelling aan straling moeten voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan de koeling van een kernreactor, een goed ventilatiesysteem of noodstroomsystemen. Bij een gebeurtenis kunnen 1 of meerdere veiligheidsbarrières wegvallen of niet meer goed werken. Dat kan een reden zijn om het INES-niveau te verhogen. Het niveau hangt af van het aantal barrières dat nog intact is, en wat er kan gebeuren als die ook wegvallen.
Niet alle gebeurtenissen die een INES-niveau krijgen, hebben dus gevolgen voor mens en leefomgeving. Bij dit criterium gaat het om situaties waarin veiligheidsbarrières wegvallen, maar er geen ongeval is gebeurd. Daarom loopt de schaal voor dit criterium tot maximaal niveau 3.
INES zegt niet alles
INES is een hulpmiddel om een goed beeld te geven van de ernst van radiologische en nucleaire gebeurtenissen en ongevallen. Voor andere zaken is INES niet bedoeld. Zo gebruiken we deze schaal niet om risico’s vooraf in te schatten. Of om maatregelen te bepalen wanneer een ongeluk dreigt te gebeuren. Hier zijn andere methoden voor. Ook is INES niet bedoeld om vergelijkingen te maken van de nucleaire veiligheid. Bijvoorbeeld tussen nucleaire installaties, bedrijven of landen.
Verder zegt INES niets over hoe ernstig de niet-nucleaire of niet-radiologische gevolgen van een ongeval zijn. Denk bijvoorbeeld aan een verkeersongeval met een vrachtwagen met radioactief materiaal. We kijken voor het bepalen van het INES-niveau dan alleen of het radioactieve materiaal beschadigd is. En of dit gevolgen heeft voor mensen en de leefomgeving. De schaal houdt bijvoorbeeld geen rekening met gewonden door het ongeval.
Meer informatie
Bekijk de INES-informatie van het IAEA of hun INES-handleiding.