INES

INES (International Nuclear and Radiological Event Scale) is een schaal die in een getal de ernst van een ongeval of incident met straling weergeeft. Het doel is om de schaal wereldwijd op dezelfde manier toe te passen. Alle gebeurtenissen waarbij bronnen van ioniserende straling betrokken zijn en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de veiligheid van mens en leefomgeving, kunnen op de INES-schaal worden ingedeeld. Het gaat hier om heel verschillende gebeurtenissen, zoals het verlies of diefstal van een radioactieve bron, een bestralingsincident in een ziekenhuis of een ongeval in een kerncentrale.

Wanneer en door wie wordt een INES-inschaling afgegeven?

De INES-inschaling wordt afgegeven door de nationale autoriteit voor nucleaire veiligheid en stralingsbescherming van het land waarin de gebeurtenis plaats heeft gevonden. In Nederland is dat de ANVS. De ANVS beoordeelt de ernst van de gebeurtenis en stelt het INES-niveau vast.

Een eerste inschaling op de INES-schaal vindt pas plaats op het moment dat de directe gevolgen van een gebeurtenis in kaart zijn gebracht, en de gebeurtenis zich niet verder in ernst ontwikkelt. Het is daarom niet altijd mogelijk om direct bij de eerste melding van een gebeurtenis een INES-inschaling te geven.

Een inschaling kan altijd nog worden aangepast. Dit gebeurt bijvoorbeeld als er nieuwe feiten zijn, zoals nieuwe metingen of inzichten in de langetermijngevolgen. Of als er onderzoek is gedaan naar de oorzaak van de gebeurtenis. De ANVS houdt toezicht op dit onderzoek door middel van inspecties en beoordelingen van de onderzoeken en de daaruit voortkomende maatregelen.

Een INES-inschaling is pas definitief als het onderzoek naar de storing is afgerond en alle informatie bekend is.

Welke niveaus heeft de INES-schaal?

De INES-schaal kent 7 niveaus (van 1 tot en met 7). Daarnaast wordt in de praktijk aan de onderkant van de schaal nog een extra niveau toegevoegd. Hierin vallen de gebeurtenissen die afwijkingen worden genoemd en die slechts zeer beperkt van belang zijn voor de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming en daarom lager dan niveau 1 worden ingeschaald. Dit wordt niveau 0 genoemd.

De gebeurtenissen met de hoogste ernst (van niveau 4 tot en met 7) worden ongevallen genoemd. De gebeurtenissen op niveau 1 tot en met 3 worden incidenten genoemd. Vergunninghouders zijn verplicht om ongewone gebeurtenissen tijdig te melden aan de ANVS en onderzoek te doen naar de oorzaak van de gebeurtenis. Onder “vergunninghouders” worden houders bedoeld van vergunningen op grond van de Kernenergiewet voor nucleaire installaties, maar ook voor de opslag, het gebruik of het transport van radioactieve bronnen, materialen of toestellen.

Welke criteria worden gebruikt bij het vaststellen van het INES-niveau?

Bij het beoordelen van een gebeurtenis worden drie criteria gehanteerd, namelijk:

  • Criterium 1: Gevolgen voor mens en leefomgeving
    Men kijkt naar de gevolgen voor de mens en de leefomgeving: hoeveel radioactief materiaal is er in de leefomgeving vrijgekomen? Wat zijn daarvan de gevolgen voor de bevolking of hoeveel personen zijn aan welke mate van straling blootgesteld? Daarbij maakt men onderscheid tussen radiologische werkers, mensen die vanuit hun beroep met radioactieve stoffen werken, en de overige leden van de bevolking.

    Bij een ongewone gebeurtenis bepaalt men als eerste of er gevolgen zijn voor de mens en de leefomgeving. Zijn er mensen zijn blootgesteld aan hoge stralingsniveaus?  Is er radioactief materiaal in de leefomgeving is vrijgekomen?

    Als er mensen zijn blootgesteld aan radioactief materiaal, dan kijkt men naar de ernst van de blootstelling en naar het aantal blootgestelde personen. Daarbij maakt men onderscheid tussen radiologische werkers, mensen die vanuit hun beroep met radioactieve stoffen werken, en de overige leden van de bevolking.

    Wanneer er stoffen zijn vrijgekomen, is van belang om te bepalen om welke radioactieve stoffen het gaat, hoeveel er vrijgekomen is, op welke manier het verspreid is en hoeveel mensen hierdoor direct of indirect aan straling (kunnen) zijn blootgesteld.”
     
  • Criterium 2: Gevolgen voor de installatie
    Als de gebeurtenis optreedt bij een nucleaire installatie kijkt men naar de gevolgen voor de installatie. Denk daarbij aan gebeurtenissen waarbij bijvoorbeeld het stralingsniveau in een werkruimte te hoog wordt. of waarbij werkruimtes worden verontreinigd met radioactieve stoffen waardoor er een verhoogd risico voor het welzijn van de werknemers kan optreden. Ook in dit geval hoeven er geen mensen daadwerkelijk met radioactieve stoffen in contact te zijn gekomen.
     
  • Criterium 3: Vermindering van het veiligheidsniveau
    Op locaties waar met radioactieve stoffen wordt gewerkt, zoals in een kernenergiecentrale of een ziekenhuis, zijn er meerdere veiligheidsbarrières. Denk hierbij aan dikke muren en speciale ventilatiesystemen, maar ook aan meetapparatuur en procedures voor veilig werken. Met meerdere veiligheidsbarrières voorkomt men schadelijke gevolgen. Als één van die barrières wegvalt dan is het aantal veiligheidsbarrières dat nog wel functioneert belangrijk. De hoogte van de inschaling wordt daarom bepaald door het aantal barrières dat nog aanwezig is. Daarnaast kijkt men naar de ernst van de gebeurtenis die zou kunnen plaatsvinden als de overblijvende barrières ook zouden wegvallen. Niet alle gebeurtenissen die een INES-inschaling krijgen, hebben dus daadwerkelijke gevolgen voor mens en leefomgeving.

Wat zegt de INES-schaal niet?

De INES-schaal is nadrukkelijk niet bedoeld om de veiligheidsprestaties van nucleaire installaties, bedrijven of landen onderling te vergelijken. Daarvoor is het aantal gebeurtenissen statistisch gezien te klein.

Ook zegt de INES-schaal niets over de gevolgen van een gebeurtenis die niet direct te maken hebben met de nucleaire of radiologische aspecten, zoals een verkeersongeval waarbij een transport met radioactief materiaal betrokken is. Bij de INES-inschaling wordt dan alleen gekeken of de botsing invloed heeft op het getransporteerde materiaal en of dat tot gevolgen voor mens en leefomgeving leidt. Eventuele gewonden als gevolg van de botsing zelf worden voor de INES-inschaling buiten beschouwing gelaten.

Zie voor een nadere toelichting op de INES-systematiek de uitleg op de website van de IAEA en de IAEA user manual.

* Onder “vergunninghouders” worden houders bedoeld van kernenergiewetvergunningen voor nucleaire installaties, maar ook voor de opslag, het gebruik of het transport van radioactieve bronnen, materialen of toestellen.