INES

INES

INES (International Nuclear and Radiological Event Scale) is een schaal die in een getal de ernst van een ongeval of incident met straling weergeeft. Het doel is om de schaal wereldwijd op dezelfde manier toe te passen. Alle gebeurtenissen waarbij bronnen van ioniserende straling betrokken zijn en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de veiligheid van mens en leefomgeving, kunnen op de INES-schaal worden ingedeeld. Het gaat hier om heel verschillende gebeurtenissen, zoals het verlies of diefstal van een radioactieve bron, een bestralingsincident in een ziekenhuis of een ongeval in een kerncentrale.

Wanneer en door wie wordt een INES-inschaling afgegeven?

De INES-inschaling wordt afgegeven door de nationale autoriteit voor nucleaire veiligheid en stralingsbescherming van het land waarin de gebeurtenis plaats heeft gevonden. In Nederland is dat de ANVS. De ANVS beoordeelt de ernst van de gebeurtenis en stelt het INES-niveau vast. Hierbij maakt de ANVS gebruik van de informatie die bij melding van de gebeurtenis wordt verstrekt, waar nodig aangevuld met informatie uit een inspectie ter plaatse. In veel gevallen wordt al door de vergunninghouder zelf bij melding ook al een voorstel tot INES inschaling gedaan.

Een eerste inschaling op de INES-schaal vindt pas plaats op het moment dat de directe gevolgen van een gebeurtenis in kaart zijn gebracht, en de gebeurtenis zich niet verder in ernst ontwikkelt. Het is daarom niet altijd mogelijk om direct bij de eerste melding van een gebeurtenis een INES-inschaling te geven.

Een inschaling kan altijd nog worden aangepast. Dit gebeurt bijvoorbeeld als er nieuwe feiten zijn, zoals nieuwe metingen of inzichten in de langetermijngevolgen. Of als er onderzoek is gedaan naar de oorzaak van de gebeurtenis. De ANVS houdt toezicht op dit onderzoek door middel van inspecties en beoordelingen van de onderzoeken en de daaruit voortkomende maatregelen.

Een INES-inschaling is pas definitief als het onderzoek naar de storing is afgerond en alle informatie bekend is. Afhankelijk van de complexiteit van de gebeurtenis kan dit maanden of soms wel een jaar duren.

De gevolgen, die in de infographic per inschalingsniveau genoemd worden, schetsen een beeld van het inschalingsniveau. Dit is geen compleet overzicht van alle inschalingscriteria. Ook hoeven niet alle beschreven gevolgen op te treden om een gebeurtenis op dat niveau in te schalen. Bij inschaling van een gebeurtenis wordt de reden van inschaling toegelicht.

Welke niveaus heeft de INES-schaal?

De INES-schaal kent 7 niveaus (van 1 tot en met 7). Daarnaast wordt in de praktijk aan de onderkant van de schaal nog een extra niveau toegevoegd. Hierin vallen de gebeurtenissen die afwijkingen worden genoemd en die slechts zeer beperkt van belang zijn voor de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming en daarom lager dan niveau 1 worden ingeschaald. Dit wordt niveau 0 of below scale genoemd.

De gebeurtenissen met de meest ernstige gevolgen (van niveau 4 tot en met 7) worden ongevallen genoemd. De gebeurtenissen op niveau 1 tot en met 3 worden incidenten genoemd. Vergunninghouders zijn verplicht om ongewone gebeurtenissen tijdig te melden aan de ANVS en onderzoek te doen naar de oorzaak van de gebeurtenis. Onder “vergunninghouders” worden houders bedoeld van vergunningen op grond van de Kernenergiewet voor nucleaire installaties, maar ook voor de opslag, het gebruik of het transport van radioactieve bronnen, materialen of toestellen. De ANVS beoordeelt het onderzoek en de genomen maatregelen en voert waar nodig aanvullend zelf nog een onderzoek uit.

Welke criteria worden gebruikt bij het vaststellen van het INES-niveau?

Bij het beoordelen van een gebeurtenis worden drie criteria gehanteerd, namelijk:

Criterium 1: Gevolgen voor mens en leefomgeving

We kijken altijd als eerste naar de gevolgen voor de mens en de leefomgeving. Is er radioactief materiaal in de leefomgeving vrijgekomen? En zo ja, hoeveel? Wat zijn daarvan de gevolgen voor de bevolking? Hoeveel personen zijn aan verhoogde stralingsniveaus blootgesteld en in welke mate? Daarbij maken we onderscheid tussen radiologische werknemers, (mensen die vanuit hun beroep met radioactieve stoffen werken), en de overige leden van de bevolking.

Wanneer er radioactieve stoffen zijn vrijgekomen, is van belang om te bepalen om welke stoffen het gaat, hoeveel er vrijgekomen is, op welke manier het verspreid is en hoeveel mensen hierdoor direct of indirect aan straling (kunnen) zijn blootgesteld. Ook mogelijke blootstelling via voedsel en drinkwater komen hierbij aan de orde. Bij incidenten met radioactieve bronnen, zoals bijvoorbeeld een bron die in metaalschroot wordt aangetroffen, traceren we zo goed mogelijk terug waar de bron is geweest en op welke manier mensen mogelijk zijn blootgesteld aan de straling van de bron.

Criterium 2: Gevolgen voor de installatie

Als de gebeurtenis optreedt bij een nucleaire installatie kijken we aanvullend naar de gevolgen voor de veiligiheidsisituatie in de installatie. Denk daarbij aan gebeurtenissen waarbij bijvoorbeeld het stralingsniveau in een werkruimte te hoog wordt. of waarbij werkruimtes worden verontreinigd met radioactieve stoffen waardoor er een verhoogd risico voor het welzijn van de werknemers kan optreden. Beschadiging van de splijtstof in een kernreactor, ook zonder dat dit tot het vrijkomen van radioactief materiaal heeft geleid, wordt ook meegenomen in dit criterium. Bij inschaling volgens dit criterium hoeven er geen mensen daadwerkelijk met radioactieve stoffen in contact te zijn gekomen, een sterk verhoogd risico op blootstelling is genoeg om een gebeurtenis als ernstig te classificeren.

Criterium 3: Vermindering van het veiligheidsniveau

Op alle locaties waar met radioactieve stoffen wordt gewerkt, zoals in een kernenergiecentrale of een ziekenhuis, zijn er meerdere veiligheidsbarrières aanwezig om het radioactief materiaal binnen te houden en stralingsblootstelling zoveel mogelijk te beperken. Denk hierbij aan dikke muren en speciale ventilatiesystemen, maar ook aan meetapparatuur en procedures voor veilig werken. Door meerdere veiligheidsbarrières toe te passen voorkomen we schadelijke gevolgen, , ook als er storingen optreden of fouten worden gemaakt. Bij dit criterium schalen we de toename van het risico in als gevolg van het wegvallen van één of meer veiligheidsbarrières. De hoogte van de inschaling wordt daarom bepaald door het aantal barrières dat nog aanwezig is, in combinatie met de ernst van de gebeurtenis die zou kunnen plaatsvinden als deze overblijvende barrières ook zouden wegvallen. Niet alle gebeurtenissen die een INES-inschaling krijgen, hebben dus daadwerkelijke gevolgen voor mens en leefomgeving. Omdat in deze situaties geen werkelijk ongeval heeft plaatsgevonden, loopt de inschaling volgens dit criterium maximaal tot en met INES-niveau 3.

Wat zegt de INES-schaal niet?

De INES-schaal is een communicatiehulpmiddel om de ernst van radiologische en nucleaire incidenten en ongevallen te duiden. Het is niet bedoeld om risico’s vooraf te classificeren of om tijdens een dreigende ongevalssituatie maatregelen op te baseren. Hier zijn andere analysemethoden voor.

De INES-schaal is nadrukkelijk niet bedoeld om de veiligheidsprestaties van nucleaire installaties, bedrijven of landen onderling te vergelijken. Het aantal gebeurtenissen is bovendien statistisch gezien te klein om zulke conclusies te trekken of trends waar te nemen. Ook variëren de vereisten met betrekking tot het melden bij de overheid van land tot land, waardoor vergelijking van aantallen moeilijk is.

Ook zegt de INES-schaal niets over de gevolgen van een gebeurtenis die niet direct te maken hebben met de nucleaire of radiologische aspecten, zoals een verkeersongeval waarbij een transport met radioactief materiaal betrokken is. Bij de INES-inschaling wordt dan alleen gekeken of de botsing invloed heeft op het getransporteerde materiaal en of dat tot gevolgen voor mens en leefomgeving leidt. Eventuele gewonden als gevolg van de botsing zelf worden voor de INES-inschaling buiten beschouwing gelaten.

Zie voor een nadere toelichting op de INES-systematiek de uitleg op de website van de IAEA en de IAEA user manual.