INES (International Nuclear and Radiological Event Scale) is een schaal die in een getal de ernst van een ongeval of incident met straling weergeeft. Het doel is om de schaal wereldwijd op uniforme wijze toe te passen. Alle gebeurtenissen waarbij bronnen van ioniserende straling betrokken zijn en die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de veiligheid van mens en milieu, kunnen op de INES-schaal worden ingedeeld. Het gaat hier om heel verschillende gebeurtenissen, variërend van verlies of diefstal van een radioactieve bron, een bestralingsincident in een ziekenhuis tot een ongeval in een kerncentrale.

INES

7 Zeer ernstig ongeval

Gevolgen voor mens en milieu

Een gebeurtenis waarbij een zeer grote hoeveelheid radioactieve stoffen vrijkomt. Het gaat daarbij om een hoeveelheid die overeenkomt met een groot gedeelte van de radioactieve stoffen die zich in de kern van een kernenergiecentrale bevinden.

Een lozing van deze grootte heeft invloed op een zeer groot gebied en het is heel waarschijnlijk dat er maatregelen ter bescherming van de bevolking genomen worden, zoals de distributie van jodiumprofylaxe, schuilen, evacuatie en maatregelen ter bescherming van de voedselketen (bijvoorbeeld koeien op stal zetten, kassen sluiten).

Voorbeelden van niveau 7 gebeurtenissen zijn de nucleaire rampen in Tsjernobyl (Oekraïne, 1986) en Fukushima (Japan, 2011).

6 Ernstig ongeval

Gevolgen voor mens en milieu

Een gebeurtenis waarbij een grote hoeveelheid radioactieve stoffen vrijkomt. Het gaat daarbij om een hoeveelheid die overeenkomt met een beperkt gedeelte van de radioactieve stoffen die zich in de kern van een kernenergiecentrale bevinden.

Een lozing van deze grootte heeft invloed op een groot gebied en leidt hoogstwaarschijnlijk tot maatregelen ter bescherming van de bevolking, zoals de distributie van jodiumprofylaxe, schuilen, evacuatie en maatregelen ter bescherming van de voedselketen (bijvoorbeeld koeien op stal zetten, kassen sluiten).

Een voorbeeld van een niveau 6 gebeurtenis is de grote explosie in een opslagtank met vloeibaar radioactief afval in een opwerkingsfabriek bij Kyshtym in 1957 in de toenmalige USSR.

5 Ongeval met gevolgen voor de omgeving

Gevolgen voor de installatie

Een gebeurtenis waarbij een zware beschadiging van de reactorkern optreedt, of een gebeurtenis waarbij een grote lozing van radioactieve stoffen binnen het bedrijfsterrein plaatsvindt.

Een voorbeeld van een niveau 5 gebeurtenis is het ongeval met de kernreactor in Three-Mile-Island (Harrisburg, Verenigde Staten, 1979) waarbij de kern van de reactor gedeeltelijk smolt, maar waarbij in verhouding weinig radioactieve stoffen in de omgeving zijn vrijgekomen.

Gevolgen voor mens en milieu

Een gebeurtenis waarbij radioactieve stoffen vrijkomen. Deze lozing kan aanleiding geven tot beperkte maatregelen ter bescherming van de bevolking, zoals de distributie van jodiumprofylaxe, schuilen, evacuatie en maatregelen ter bescherming van de voedselketen (bijvoorbeeld koeien op stal zetten, kassen sluiten). Een gebeurtenis waarbij meerdere slachtoffers vallen als gevolg van blootstelling aan straling van radioactieve stoffen.

Voorbeelden van een niveau 5 gebeurtenis zijn de brand in een reactor in Windscale (nu Sellafield, Verenigd Koninkrijk, 1957) die een lozing naar de omgeving tot gevolg had en het onbeheerd achterlaten van een hoog actieve bron waarbij uiteindelijk vier dodelijke slachtoffers zijn gevallen in Goiânia (Brazilië, 1987).

4 Ongeval met beperkte gevolgen voor de omgeving

Gevolgen voor de installatie

Een gebeurtenis waarbij nucleaire brandstof beschadigd raakt of waarbij een grote lozing van radioactieve stoffen optreedt binnen de installatie.

Een voorbeeld van een niveau 4 gebeurtenis is het smelten van een aantal splijtstofelementen in de kern van een kernreactor in Saint-Laurent (Frankrijk, 1980) als gevolg van een blokkade van de koeling van die elementen. Hierbij zijn geen radioactieve stoffen in de omgeving vrijgekomen.

Gevolgen voor mens en milieu

Een gebeurtenis waarbij een beperkte hoeveelheid radioactieve stoffen vrijkomt, waarbij het treffen van maatregelen ter bescherming van de bevolking niet noodzakelijk is maar die mogelijk wel kan leiden tot maatregelen ter bescherming van de voedselketen.

Een gebeurtenis waarbij een werknemer wordt blootgesteld aan straling van radioactieve stoffen en deze daardoor een grote kans heeft om op korte termijn te overlijden.

Voorbeelden van een niveau 4 gebeurtenis zijn het ongeval in Tokai-Mura (Japan, 1999), waarbij in een tank met uraanhoudende vloeistof een ongecontroleerde nucleaire kettingreactie ontstond en het ongeval bij Sterigenics (Fleurus België, 2006) waarbij een medewerker werd blootgesteld aan een hoog actieve bron.

3 Ernstig incident

Gevolgen voor de installatie

Een gebeurtenis waarbij hoge stralingsniveaus optreden in delen van een installatie (meer dan 1 Sievert per uur) of een gebeurtenis waarbij delen van de installatie zeer ernstig besmet raken met radioactieve stoffen.

Een voorbeeld van een niveau 3 gebeurtenis is het falen van een leiding in de opwerkingsfabriek in Sellafield (Verenigd Koninkrijk, 2005), waarbij een grote hoeveelheid radioactief besmette vloeistof in een afgeschermde ruimte vrijkwam.

Gevolgen voor het veiligheidsniveau

Een gebeurtenis waarbij een ongeval maar net vermeden is en waarbij geen marge in veiligheidsvoorzieningen meer aanwezig was.

De diefstal of het verlies van een hoog actieve ingekapselde stralingsbron. Een ingekapselde stralingsbron is een bron die zodanig is gemaakt dat onder normale gebruiksomstandigheden verspreiding van radioactieve stoffen en kans op besmetting niet op kunnen treden.

Het transport van een stralingsbron naar een plaats die niet is ingericht op het veilig ontvangen van dit materiaal.

Voorbeelden van een niveau 3 gebeurtenis zijn het verlies van veiligheidsvoorzieningen ten gevolge van een brand in een kerncentrale in Vandellos (Spanje, 1989) en het verlies van een hoog actieve ingekapselde bron in Ikitelli (Turkije, 1999).

Gevolgen voor mens en milieu

Een gebeurtenis waarbij een radiologisch werker wordt blootgesteld aan een hoge dosis straling. De opgelopen dosis van deze blootstelling is hierbij meer dan 0,2 Sievert (10 keer de maximale jaardosis voor radiologisch werkers).

Een gebeurtenis waarbij personen ernstige verwondingen op hebben gelopen of hebben kunnen oplopen als gevolg van de blootstelling aan straling van radioactieve stoffen.

Een voorbeeld van een niveau 3 gebeurtenis is het incident in Yanago (Peru, 1999), waarbij een lasser zwaargewond raakte na contact met een onafgeschermde radioactieve bron.

2 Incident

Gevolgen voor de installatie

Een gebeurtenis waarbij verhoogde stralingsniveaus optreden op de werkvloer (meer dan 0,05 Sievert per uur).

Een gebeurtenis waarbij delen van de installatie ernstig besmet raken met radioactieve stoffen.

Een voorbeeld van een niveau 2 gebeurtenis is de besmetting van een installatie, die is ontstaan na het overlopen van een opslagtank voor vloeibare radioactieve stoffen in Cadarache (Frankrijk, 1993).

Gevolgen voor het veiligheidsniveau

Een gebeurtenis in een installatie waarbij veiligheidsvoorzieningen niet hebben gewerkt, zonder dat dit werkelijke gevolgen heeft gehad.

Het gebruik van een onjuiste verpakking tijdens transport van een hoog actieve ingekapselde stralingsbron.

Voorbeelden van een niveau 2 gebeurtenis zijn het uitvallen van de noodstroomvoorzieningen in een kernenergiecentrale in Forsmark (Zweden, 2006) en het uitvallen van de toegangscontrole voor een ruimte met een hoog stralingsniveau in een versnellerinstallatie (Frankrijk, 1995).

Gevolgen voor mens en milieu

Een gebeurtenis waarbij een lid van de bevolking is blootgesteld aan de straling van radioactieve stoffen en waarbij de opgelopen dosis meer bedraagt dan 0,01 Sievert per jaar.

Een gebeurtenis waarbij een radiologisch werker wordt blootgesteld aan de straling van radioactieve stoffen en waarbij de opgelopen dosis van deze blootstelling meer bedraagt dan de wettelijk toegestane jaarlijkse limiet (0,02 Sievert).

Een voorbeeld van een niveau 2 gebeurtenis is de te hoge stralingsbelasting van een medisch technoloog in een ziekenhuis in Phoenix (Verenigde Staten, 2015).

1 Afwijking

Gevolgen voor het veiligheidsniveau

Een gebeurtenis in een installatie waarbij problemen optreden met veiligheidsvoorzieningen maar waarbij een voldoende veiligheidsmarge blijft bestaan om blootstelling aan straling te voorkomen.

De diefstal of het verlies van een stralingsbron.

Een voorbeeld van een niveau 1 gebeurtenis is de diefstal van een meetinstrument, dat gebruik maakt van een radioactieve bron.

Gevolgen voor mens en milieu

Een gebeurtenis waarbij een lid van de bevolking is blootgesteld aan de straling van radioactieve stoffen en waarbij de opgelopen dosis meer bedraagt dan de in Nederland wettelijk toegestane limiet van 0,001 Sievert per jaar.

0 Kleine afwijking

Gebeurtenissen die niet onder de bovengenoemde criteria vallen, vallen buiten de INES-schaal.

In elk bedrijf of instituut treden technische storingen op en worden soms veiligheidsregels onvoldoende nageleefd. Zo ook in de nucleaire sector. In de meeste gevallen hebben de gebeurtenissen weinig gevolgen voor de veiligheid, maar zijn ze wel van belang omdat er van geleerd kan worden. Daarmee kan herhaling in de toekomst worden voorkomen.

Vergunninghouders* zijn verplicht om deze gebeurtenissen te melden aan de ANVS. Ook is de vergunninghouder verplicht onderzoek te doen naar de oorzaak van de gebeurtenis. De ANVS houdt toezicht op dit onderzoek door middel van inspecties en beoordelingen van de onderzoeken en de daaruit voortkomende maatregelen.

De meeste van de door vergunninghouders aan de ANVS gemelde gebeurtenissen worden ingeschaald als niveau 0.

Er bestaan internationaal grote verschillen tussen landen over de te hanteren meldingscriteria voor dit soort kleine afwijkingen. Daardoor, en omdat niet ieder land eenzelfde aantal en type nucleaire installaties heeft, kunnen de aantallen gemelde gebeurtenissen per land verschillen. In Nederland worden INES-niveau 0 gebeurtenissen door de vergunninghouders actief geregistreerd en geanalyseerd, zodat daar lering uit getrokken kan worden. De meeste van die gebeurtenissen hoeven niet officieel aan de ANVS gemeld te worden.

* Onder “vergunninghouders” worden houders bedoeld van kernenergiewetvergunningen voor nucleaire installaties, maar ook voor de opslag, het gebruik of het transport van radioactieve bronnen, materialen of toestellen.

De INES-schaal kent 7 niveaus (van 1 tot en met 7). Daarnaast wordt in de praktijk aan de onderkant van de schaal nog een extra niveau toegevoegd. Hierin vallen de gebeurtenissen die afwijkingen worden genoemd en die slechts zeer beperkt van belang zijn voor de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming en daarom lager dan niveau 1 worden ingeschaald. Dit wordt niveau 0 genoemd.

De gebeurtenissen met de hoogste ernst (van niveau 4 tot en met 7) worden ongevallen genoemd. De gebeurtenissen op niveau 1 tot en met 3 worden incidenten genoemd. Vergunninghouders* zijn verplicht om ongewone gebeurtenissen tijdig te melden aan de ANVS en onderzoek te doen naar de oorzaak van de gebeurtenis. De ANVS houdt toezicht op dit onderzoek door middel van inspecties en beoordelingen van de onderzoeken en de daaruit voortkomende maatregelen. Ook beoordeelt de ANVS de ernst van de gebeurtenis en stelt het INES-niveau vast. Bij het beoordelen van een gebeurtenis worden drie criteria gehanteerd.

Criterium 1: Vermindering van het veiligheidsniveau. Op locaties waar radioactieve stoffen worden toegepast, of dat nu in een kernenergiecentrale is of in een ziekenhuis, wordt gebruik gemaakt van meerdere veiligheidsbarrières. Daarmee wordt voorkomen dat als één van die barrières faalt er meteen schadelijke gevolgen kunnen optreden. In zo’n geval is het aantal veiligheidsbarrières dat nog wel functioneert relevant. De hoogte van de inschaling wordt daarom bepaald door het aantal barrières dat nog aanwezig is. Daarnaast wordt gekeken naar de ernst van de gebeurtenis die zou kunnen plaatsvinden als de overblijvende barrières ook zouden falen. Niet alle gebeurtenissen die een INES-inschaling krijgen, hebben dus daadwerkelijke gevolgen voor mens en milieu.

Criterium 2: Gevolgen voor de installatie. Als de gebeurtenis optreedt bij een nucleaire installatie wordt er ook gekeken naar de gevolgen voor de installatie. Denk daarbij aan gebeurtenissen waarbij bijvoorbeeld het stralingsniveau in een werkruimte te hoog wordt of waarbij werkruimtes worden verontreinigd met radioactieve stoffen waardoor er een verhoogd risico voor het welzijn van de werknemers kan optreden. Ook in dit geval hoeven er geen mensen daadwerkelijk met radioactieve stoffen in contact te zijn gekomen.

Criterium 3: Gevolgen voor mens en milieu. Er wordt gekeken naar de gevolgen voor de mens en de leefomgeving: hoeveel radioactief materiaal is er in de leefomgeving terechtgekomen? Wat zijn daarvan de gevolgen voor de bevolking of hoeveel personen zijn aan welke mate van straling blootgesteld? Daarbij wordt nog onderscheid gemaakt tussen radiologische werkers, mensen die vanuit hun beroep met radioactieve stoffen werken, en de overige leden van de bevolking.

De INES-schaal is nadrukkelijk niet bedoeld om de veiligheidsprestaties van nucleaire installaties, bedrijven of landen onderling te vergelijken. Daarvoor is het aantal gebeurtenissen statistisch gezien te klein.

Ook zegt de INES-schaal niets over de gevolgen van een gebeurtenis die niet direct te maken hebben met de nucleaire of radiologische aspecten, zoals een verkeersongeval waarbij een transport met radioactief materiaal betrokken is. Bij de INES-inschaling wordt dan alleen gekeken of de botsing invloed heeft op het getransporteerde materiaal en of dat tot gevolgen voor mens en milieu leidt. Eventuele gewonden als gevolg van de botsing zelf worden voor de INES-inschaling buiten beschouwing gelaten.

Zie voor een nadere toelichting op de INES-systematiek de uitleg op de website van de IAEA en de IAEA user manual.
 

* Onder “vergunninghouders” worden houders bedoeld van kernenergiewetvergunningen voor nucleaire installaties, maar ook voor de opslag, het gebruik of het transport van radioactieve bronnen, materialen of toestellen.