Mogelijke verlenging bedrijfsvoering kerncentrale Borssele

Op deze pagina zijn vragen en antwoorden te vinden over een mogelijke wetswijziging en vergunningswijziging rond het eventueel langer in bedrijf blijven van de kerncentrale Borssele.

Na 31 december 2033 mag in de kerncentrale Borssele geen kernenergie meer worden vrijgemaakt. Dat is vastgelegd in de Kernenergiewet. In deze wet is ook vastgelegd dat de ANVS, het bevoegd gezag om vergunningen op grond van de Kernenergiewet te verlenen, geen vergunningaanvraag in behandeling kan nemen voor het langer in bedrijf blijven van de centrale na 2033. Onder meer in de Provinciale Staten van Zeeland en de Tweede Kamer is er in de afgelopen maanden aandacht geweest voor het eventueel in bedrijf houden van de centrale na 2033. Deze webpagina geeft feitelijke informatie over het proces rond een mogelijke wetswijziging en vergunningswijziging hiervoor, zonder in te gaan op de (on)wenselijkheid hiervan.

Wat is de rol van de ANVS?

De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) houdt toezicht op de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming in Nederland. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het wettelijke en beleidsmatige kader voor nucleaire veiligheid en stralingsbescherming (in het huidige kabinet is dat de staatssecretaris van IenW). Binnen dat kader stelt de ANVS de veiligheidseisen vast waaraan de kerncentrale moet voldoen. De ANVS verleent vergunningen op grond van de Kernenergiewet, beoordeelt of de vergunninghouder zich aan de gestelde eisen houdt, ziet toe op de naleving en kan handhavend optreden. De ANVS is daarbij onafhankelijk en bewaakt de veiligheid.

De ANVS speelt geen rol in de afweging, vanuit energiebeleid, over de (on)wenselijkheid van kernenergie in de energiemix en van eventueel langer in bedrijf blijven van de kerncentrale Borssele na 2033.

Wie is vergunninghouder van de kerncentrale Borssele?

De kerncentrale Borssele is in 1973 in gebruik genomen. De vergunning om de centrale veilig in bedrijf te houden geldt, zoals alle vergunningen voor nucleaire installaties in Nederland, voor onbepaalde tijd. De vergunninghouder van de kerncentrale is de Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ).

Wat is in de wet vastgelegd over de kerncentrale Borssele?

In de Kernenergiewet (KEW, artikel 15a) is vastgelegd dat op 31 december 2033 de vergunning voor het in werking houden van de kernenergiecentrale Borssele vervalt, voor zover het betreft het vrijmaken van kernenergie. In artikel 15a van de wet is ook vastgelegd dat een vergunningaanvraag, voor het vrijmaken van kernenergie in de centrale na 2033, niet in behandeling wordt genomen. Dit betekent dat, voor het in bedrijf houden van de centrale na 2033, de Kernenergiewet aangepast zal moeten worden. Deze bepalingen zijn in 2010 opgenomen in de wet.

In de nota van toelichting bij de wet is vermeld dat het opnemen van een uiterste sluitingsdatum voor de centrale in de wet, samenhangt met de afspraak over bedrijfsduur van de centrale, zoals opgenomen in het Convenant Kerncentrale Borssele. Dit betekent dat, wil de centrale na 2033 in bedrijf gehouden worden, naast de Kernenergiewet, het convenant aangepast zal moeten worden.

Wat is opgenomen in het Convenant Kerncentrale Borssele?

In het Convenant Kerncentrale Borssele (art. 3.2) staat dat vergunninghouder EPZ de centrale uiterlijk per 31 december 2033 buiten bedrijf zal stellen. Het convenant is in 2006 ondertekend door de Rijksoverheid (de toenmalige staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Economische Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid), de eigenaar van de kerncentrale (de Elektriciteits Productiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ)), en diens toenmalige aandeelhouders (Delta en Essent). Deze zijn (inmiddels): de Provinciale Zeeuwse Energie Maatschappij (PZEM) en Rheinisch-Westfälisches Elektrizitätswerk (RWE). In artikel 12.2 van het convenant is vastgelegd dat het convenant “slechts kan worden gewijzigd of aangevuld door middel van een door partijen ondertekende verklaring.”

Wie beslist over een eventuele wetswijziging en wat kan een rol spelen?

Als besloten wordt tot aanpassing van de Kernenergiewet, zal een wetswijziging voorbereid moeten worden. De procedure die gevolgd moet worden is beschreven op de website van de Rijksoverheid. De Tweede en Eerste Kamer beslissen over de wetswijziging.

Wanneer besluiten genomen worden die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor het milieu, stellen nationale, Europese en internationale wet- en regelgeving (waaronder het verdrag van Aarhus en het verdrag van Espoo) eisen aan publieksparticipatie, zoals inspraak van burgers en belangenverenigingen, en aan milieueffectbeoordeling. Dit geldt bij vergunningen, maar kan ook aan de orde zijn bij wetsvoorstellen en convenanten. Bij een eventuele aanpassing van de Kernenergiewet zal de regering beoordelen of sprake kan zijn van aanzienlijke milieugevolgen. Als dat het geval is, zal rekening gehouden moeten worden met de eisen die voortvloeien uit deze wet- en regelgeving.  

Als de Kernenergiewet en het convenant aangepast zouden worden, kan de kerncentrale dan in bedrijf blijven?

Als de Kernenergiewet (artikel 15a) en het convenant gewijzigd zouden worden en de vergunninghouder (EPZ) de kerncentrale na 2033 in bedrijf wil houden, zal ook de huidige vergunning voor de kerncentrale Borssele aangepast moeten worden. De vergunning van de kerncentrale kent weliswaar geen einddatum, maar het onderliggende veiligheidsrapport is onderdeel van de vergunning en zal geactualiseerd dienen te worden. In het veiligheidsrapport moet de vergunninghouder aantonen dat de kerncentrale aan de technische veiligheidseisen kan voldoen. Dit veiligheidsrapport beperkt zich nu tot eind 2033, in lijn met de wettelijke einddatum van de bedrijfsvoering. Voor bedrijfsvoering na 2033 moet de vergunninghouder het veiligheidsrapport dus aanvullen en aantonen, met onder andere veiligheidsanalyses en verouderingsberekeningen, dat de veiligheid ook na 2033 is geborgd.

Het nieuwe veiligheidsrapport moet worden beoordeeld en goedgekeurd door de ANVS. Afhankelijk van de veroudering van verschillende onderdelen van de installatie worden mogelijk specifieke onderdelen vervangen of zijn moderniseringswerkzaamheden nodig. Deze extra maatregelen kunnen ook, afhankelijk van aard en omvang, een aanpassing van de vergunning vereisen.

Wie bepaalt aan welke veiligheidseisen de kerncentrale moet voldoen, bij een mogelijke verlenging van de bedrijfsvoering?

De vergunninghouder is verantwoordelijk voor de veiligheid van de kerncentrale. Binnen het wettelijke en beleidsmatige kader voor nucleaire veiligheid en stralingsbescherming bepaalt de ANVS de veiligheidseisen waar de centrale aan moet voldoen. De minister van IenW is verantwoordelijk voor dit wettelijk en beleidsmatig kader, in het huidige kabinet is dat de staatssecretaris. Als de Kernenergiewet zou worden gewijzigd en de centrale na 2033 in gebruik zou blijven, zullen verouderingsmanagement en eisen aan “long term operation” een belangrijke rol spelen omdat de centrale dan meer dan 60 jaar in gebruik is. Het principe van (in redelijkheid) “voortdurend verbeteren” van de veiligheid is daarnaast leidend bij het realiseren van een passend veiligheidsniveau.

Wie beoordeelt de vergunningaanvraag en de veiligheid van de kerncentrale?

De ANVS is in Nederland het bevoegd gezag om vergunningaanvragen te beoordelen en vergunningen op grond van de Kernenergiewet te verlenen. Dit geldt ook voor een eventuele aanvraag voor een vergunningswijziging in verband met het in bedrijf houden van Kerncentrale Borssele na 2033. Een dergelijke aanvraag kan de ANVS alleen in behandeling nemen wanneer de Kernenergiewet is gewijzigd. De ANVS is onafhankelijk in deze veiligheidsbeoordeling en kan geen aanwijzingen hiertoe krijgen van het Kabinet of Provinciale Staten. Tegen besluiten van de ANVS is, na bezwaar, wel beroep mogelijk bij de Raad van State.

Op deze website is ook een volledig overzicht te vinden van de procedures en de bijbehorende stappen bij vergunningverlening door de ANVS.

Kunnen burgers inspraak hebben bij een aanvraag om de vergunning van de kerncentrale Borssele te wijzigen?

De procedure voor de vergunningverlening moet voldoen aan de geldende regels voor informatievoorziening en inspraak conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat houdt onder meer in dat, voordat een definitieve vergunning wordt verleend, iedereen de mogelijkheid krijgt om in te spreken op de ontwerpvergunning. Als voor de vergunning ook een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt, dan zal hiervoor moeten worden voldaan aan de inspraakeisen op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. In dit hoofdstuk zijn het Verdrag van Espoo en de EU MER-richtlijn geïmplementeerd.

Los van de wettelijk eisen over inspraak, hebben de ANVS en het Belgische Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC), afspraken gemaakt over grensoverschrijdende informatievoorziening en inspraak ten aanzien van vergunningswijzigingen voor kerncentrales in de grensregio. Deze afspraken gelden ook als voor die vergunningswijziging geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt. Mensen die vlakbij de centrale wonen (straal van 20 kilometer) worden door de ANVS en het FANC actief geïnformeerd over een vergunningsprocedure in het buurland en de mogelijkheid tot inspraak.