De enige werkzame kerncentrale van Nederland staat in het Zeeuwse Borsele.

Exterieur van de kerncentrale van de EPZ te Borssele, strand, helmgras van kleine duinen en dijk op de voorgrond, de energiecentrale ligt aan de Westerschelde, water uit deze rivier wordt gebruikt als koelwater voor de kerncentrale en de ernaast gelegen kolencentrale. Karakeristieke koepel van de kernreactor.

Productie van 495 megawatt

De kerncentrale Borssele (KCB) wekt elektriciteit op met MOx als brandstof. MOx (Mixed OXides) is een mengsel van uranium en plutonium. De KCB levert maximaal ongeveer 495 megawatt elektriciteit. De opgewekte elektriciteit wordt afgezet op de vrije markt.

Eigenaars kerncentrale

De KCB is eigendom van de Elektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid-Nederland (EPZ). EPZ is een joint venture van DELTA en Energy Resources Holding BV, dat op haar beurt onderdeel is van het Duitse energiebedrijf RWE. De Nederlandse overheid en eigenaar EPZ hebben afgesproken dat de kerncentrale in Borssele uiterlijk eind 2033 sluit.

Goedkeuring geactualiseerd ontmantelingsplan KCB verleend

Op 13 december 2016 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu (I&M) goedkeuring verleend aan het geactualiseerde ontmantelingsplan van de KCB. In Nederland moeten nucleaire inrichtingen een goedgekeurd ontmantelingsplan hebben. Dit plan moet elke vijf jaar opnieuw worden geactualiseerd en goedgekeurd door de Minister van I&M. Goedkeuring is verleend in het kader van deze vijfjaarlijkse actualisatie.

Publieke invloed en zeggenschap

De Rijksoverheid wil daarnaast dat er publieke invloed en zeggenschap in de kerncentrale Borssele blijven. Daarom heeft de overheid met de aandeelhouders van EPZ een overeenkomst gesloten.

Veiligheidsbenchmark

In 2006 is het Convenant Kerncentrale Borssele afgesloten waarin de eigenaar van KCB zich onder andere heeft verplicht ervoor te zorgen dat de kerncentrale tot de sluiting zal behoren tot de 25% veiligste, technisch vergelijkbare, vermogensreactoren in de Europese Unie, de Verenigde Staten en Canada; de zogeheten veiligheidsbenchmark. Hiertoe is in 2008 een Commissie van onafhankelijke internationale deskundigen ingesteld, de Commissie Benchmark, die elke vijf jaar de naleving van de veiligheidsbenchmark toetst en daarover rapporteert aan de convenantpartijen. In 2013 verscheen het eerste rapport van de commissie. In 2018 verscheen het tweede rapport.