Er zijn verschillende technieken om medische isotopen radioactief te maken. Het gebruik van een kernreactor is op dit moment de meest gebruikte techniek. Ook met een deeltjesversneller kunnen sommige medische isotopen radioactief worden gemaakt. De ANVS beoordeelt hiervoor vergunningaanvragen en controleert of er veilig wordt gewerkt.

Medische isotopen maken met een kernreactor

Over de hele wereld zijn er 9 kernreactoren die een groot deel van de medische isotopen maken. Een daarvan staat in Nederland: de Hoge Flux Reactor in Petten.

Met een kernreactor kunnen op 2 manieren medische isotopen worden gemaakt: met kernsplijting en via neutronenvangst.

Kernsplijting

Om met kernsplijting medische isotopen te maken, wordt er extra splijtstof bij de reactorkern geplaatst. Deze splijtstof wordt gespleten door rondvliegende neutronen die uit de brandstof van de kernreactor komen. Vervolgens wordt deze splijtstof weggehaald en verwerkt. Dat levert de medische isotopen op.

Bij ongeveer 6% van de splijtingen ontstaat de medische isotoop molybdeen-99 (Mo-99). Het is toeval bij welke splijtingen dit gebeurt. Uit Mo-99 ontstaat technetium-99m (Tc-99m). Ziekenhuizen gebruiken Tc-99m om diagnoses te stellen.

Neutronenvangst

Met neutronenvangst kunnen stoffen radioactief worden gemaakt die het niet  al zijn. Stoffen worden bij de reactorkern geplaatst om er neutronen doorheen te laten vliegen. Als een neutron door een atoomkern van de stof wordt opgenomen, wordt deze radioactief. Zo kunnen medische isotopen worden gemaakt die je niet kunt maken met kernsplijting.

Medische isotopen maken met een deeltjesversneller

In een deeltjesversneller (of ‘cyclotron’) kunnen andere stoffen worden gemaakt dan in een kernreactor. In de versneller botsen deeltjes met elektrische lading met grote snelheid op een bepaalde stof. Dit gaat bijna net zo snel als het licht. Deze snelheid wordt opgewekt met elektromagnetische velden. Door de botsing maken de versnelde deeltjes contact met de stof. Daardoor ontstaat de gewenste medische isotoop.

In een deeltjesversneller kan bijvoorbeeld fluor-18 (F-18) worden gemaakt. Deze medische isotoop wordt gebruikt voor PET-scans en kan niet met een kernreactor worden gemaakt.

Radioactief afval

Bij het maken van medische isotopen ontstaan verschillende soorten radioactief afval. In Nederland is er 1 organisatie die dit afval veilig verwerkt en beheert: COVRA. Bedrijven moeten hun radioactief afval zo snel mogelijk naar COVRA vervoeren.

Rol van de ANVS

Bij het maken van medische isotopen komt ioniserende straling vrij. Daarom zijn er strenge regels. Wij geven vergunningen om te werken met een kernreactor of deeltjesversneller. Ook houden we toezicht of bedrijven zich aan de wet- en regelgeving  houden.