Internationale regelgeving, richtlijnen en verdragen

Nederland volgt bij de ontwikkeling van haar beleid voor stralingsbescherming en nucleaire veiligheid, de regelgeving en het toezicht de Europese en andere internationale regels, richtlijnen en verdragen. De verplichtingen op grond van het Euratom-verdrag en de daarop gebaseerde richtlijnen op het gebied van stralingsbescherming en nucleaire veiligheid zijn in de Nederlandse wetgeving ingevoerd. Het beleid en de regelgeving voor het vervoer van radioactieve stoffen, splijtstoffen en ertsen is, met het oog op het grensoverschrijdende karakter ervan,  vrijwel geheel gebaseerd op internationale afspraken. Daarnaast heeft Nederland een aantal internationale verdragen geratificeerd.

Europese richtlijnen en internationale verdragen leiden tot diverse directe of indirecte internationale samenwerkingsverplichtingen, zoals Nationale Rapportages en collegiale toetsingen. Dat vereist dat er afspraken worden gemaakt met (buur)landen, maar ook dat het nationale stelsel van wet- en regelgeving moet worden onderhouden op basis van geleerde lessen van incidenten, uit onderzoek of ontwikkelingen in de veiligheidseisen. Daarvoor is betrokkenheid van de ANVS bij internationale werk- en kennisgroepen, workshops en conferenties nodig. Om niet het wiel zelf uit te vinden is het veel efficiënter en effectiever om verder zoveel mogelijk mee te werken en aan te sluiten bij internationaal geaccepteerde beginselen, aanbevelingen, praktijken en afspraken die tot stand zijn gekomen onder de vlag van diverse internationale organisaties.

Collegiale toetsingen

De ANVS benut en neemt actief deel aan diverse internationale collegiale toetsingen. Tijdens deze toetsingen worden de praktijk, het beleid, de regelgeving en/of het toezicht door buitenlandse collega’s vergeleken met internationale standaarden, meestal van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA), en andere nationale praktijken, zoals de Integrated Regulatory Review Service (IRRS), de Integrated Review Service for Radioactive Waste and Spent Fuel Management (ARTEMIS) en de International Physical Protection Advisory Service (IPPAS). De ANVS-medewerkers kunnen zo regelmatig in de keuken van buitenlandse autoriteiten kijken en tegelijkertijd draagt de ANVS zo proportioneel bij aan de bevordering van de wereldwijde veiligheid. Ter bevordering van de veiligheid worden door de ANVS geregeld IAEA-missies uitgenodigd bij Nederlandse nucleaire inrichtingen, als onderdeel van de toezichtstrategie.

Leren van internationale incidenten

Een ander belangrijk initiatief om te leren van internationale ervaringen is de deelname aan internationale rapportagesystemen voor incidenten. Daarbij worden op gestructureerde wijze onder meer storingen en ongewone gebeurtenissen verzameld en geanalyseerd. Vergunninghouders en overheden gebruiken deze internationale data om de veiligheid te verbeteren.

Specifieke uitwisselingen

De ANVS werkt samen met haar tegenhangers in België en Duitsland via overeenkomsten.
Dit betreft:

  • Afspraken met de buurlanden in het kader van crisisbeheersing over informatie-uitwisseling en afstemming van aanpak en interventie in het geval van een nucleair ongeval vlakbij de grens; observeren van oefeningen.
  • Reguliere besprekingen om afstemming en informatie uitwisseling mogelijk te maken; over ontwikkelingen in de regelgeving en bij de nucleaire installaties.

In verband met de te verwachten vergunningaanvraag voor de nieuwe PALLAS-reactor is een overeenkomst met de collega’s van Australië opgesteld, waar een soortgelijke onderzoeksreactor staat. Verder komen op initiatief van de ANVS de collega’s van Brazilië, Duitsland, Nederland, Spanje en Zwitserland sinds 2013 jaarlijks bijeen voor uitwisseling over reactoren van hetzelfde type (KWU –Kraftwerk Union) als de kerncentrale Borssele.